De toewijzing. Kan ik voorrang krijgen op de wachtlijst?


Het toewijzingssysteem van de huisvestingsmaatschappijen houdt achtereenvolgens rekening met :

De rationele bezetting

U krijgt slechts een woning toegewezen die overeenkomt met de grootte van uw gezin.

De verplichte voorrangsregels

Er wordt verplicht voorrang verleend aan de kandidaat-huurder:

  1. met een fysieke handicap of beperking, als de beschikbare KBM-woning specifiek is aangepast voor de huisvesting van personen met die fysieke handicap of beperking ; om te weten welke aangepaste woningen en ADL-woningen de KBM verhuurt klikt u hier;
  2. die huurder is van een sociale huurwoning van de KBM maar die niet voldoet aan de normen, vermeld in artikel 5, §1, derde lid, van de Vlaamse Wooncode (overbezetting);
  3. die huurder is van een ADL-woning van de KBM en die met toepassing van artikel 92, §3, eerste lid, 12° van de Vlaamse Wooncode verplicht is te verhuizen naar een andere sociale huurwoning omdat de persoon die zo een aangepaste ADL-woning nodig heeft niet meer in de woning woont;
  4. die omwille van een beroepsprocedure in het gelijk gesteld wordt (art. 30, vierde lid);
  5. die nog geen  huurder is van een SHM en die overeenkomstig artikel 18, §2, 2e lid, 26, 60, §3 en 90, §1, 4e lid, van de Vlaamse Wooncode opnieuw moet worden gehuisvest;
  6. die huurder is van een woning van de KBM maar die niet meer voldoet aan de rationele bezetting ten gevolge van een gezinsuitbreiding door geboorte, adoptie of pleegzorg , alsook de kandidaat-huurder vermeld in 7. als gezinshereniging plaatsvindt, die wensen te verhuizen naar een woning van de KBM die wel aan de rationele bezetting voldoet : hierbij geldt de inkomensvoorwaarde niet.
  7. waarbij op het moment van toewijzing, een gemelde gezinshereniging nog niet heeft plaatsgevonden. Er wordt hem een woning toegewezen die aan zijn huidige gezinssamenstelling en fysieke toestand is aangepast;
  8. die in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is, zijn hoofdverblijfplaats had in een onroerend of roerend goed in een roerend of onroerend goed dat niet bestemd is voor wonen, op de datum waarop dat overeenkomstig artikel 20, §2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode in een proces-verbaal werd vastgelegd;
  9. die in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is, zijn hoofdverblijfplaats had in een woning op datum waarop die:
    • onbewoonbaar werd verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
    • met toepassing van artikel 15 of 16bis van de Vlaamse Wooncode ongeschikt verklaard is, voor zover die woning op het technische verslag ofwel minstens drie gebreken van categorie III onder de hoofdrubrieken “omhulsel” of “binnenstructuur” ofwel minstens drie gebreken van categorie IV en 60 strafpunten gescoord heeft;
  10. die een ontvoogde minderjarige persoon is.

De optionele voorrangsregels

Daarnaast heeft de KBM beslist om na toepassing van de verplichte voorrangsregels ook voorrang te verlenen aan:

De kandidaat-huurder die in de periode van 6 jaar vóór de toewijzing ten minste 3 jaar inwoner is of is geweest van de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is.

Gemeentelijke toewijzingsreglementen 

Er kunnen gemeentelijke toewijzingsreglementen bestaan met afwijkende regels inzake lokale binding, specifieke doelgroepen of leefbaarheid. Er zijn 5 gemeentes van het werkgebied van de KBM met een gemeentelijk toewijzingsreglement om bepaalde seniorenwoningen met voorrang toe te wijzen aan 65-plussers. Klik hier om te vernemen over welke gemeentes en welke woningen het gaat.

De datum van inschrijving of keuze

Na toepassing van de voorrangsregels komt de kandidaat aan de beurt die het langst is ingeschreven op de wachtlijst of de desbetreffende keuzelijst. Er wordt dus gekeken naar de datum van inschrijving en de datum waarop een kandidaat eventueel zijn keuzes heeft aangepast.